kerst pasen pinksteren

Pinksteren, Pinksterfeest |

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.


  • 1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.
  • 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.
  • 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten,
  • 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
  • 5 In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde.
  • 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.
  • 7 Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: Het zijn toch allemaal GalileeŽrs die daar spreken?
  • 8 Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?
  • 9 Parten, Meden en Elamieten, inwoners van MesopotamiŽ, Judea en KappadociŽ, mensen uit Pontus en Asia,
  • 10 FrygiŽ en PamfyliŽ, Egypte en de omgeving van Cyrene in LibiŽ, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben,
  • 11 Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabie wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.
  • 12 Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: Wat heeft dit toch te betekenen?
  • 13 Maar sommigen zeiden spottend: Ze zullen wel dronken zijn.

  • duif

    De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.

    kleurplaat bij pinksteren

    eXTReMe Tracker